Jongedames
die horloges dragen kijken er de hele tijd op.
John
Keats
DOE EENS WAT
Geef de bergen
warm applaus,
maak zeeën
drager van een beginsel
dat zichzelf
niet draagt.
Geef eieren een
academische titel
en meeuwen
ruimer plaats.
Lees verdwenen
sterrenstelsels
de les en
onderzoek fijn stof
op
micrometeorieten in wereldsteden.
Deel tot slot je
bevindingen traag met platteland.
Laak het smeulen
van je polshorloge
als een
filtersigaret.
Maak voor wie
vraagt
een planeet of
drie rookvrij.
Maak je langer
belachelijk dan een giraf.
Maak van papier
papier dat luistert
naar je
werkverzuim van zijn.
Doe eens wat,
leun eens als een zeil
bij windstilte
en leun eens niet.
Denk eens aan
een jarig kind
als aan een
fruitschaal
waarin slechts
een barstje zit.
DROOM EENS WAT
Ik bereed nog
deze nacht een paard
en galoppeerde
al van ver.
Kwijl en zweet
van kwelling
waaiden mij ter
aangezicht.
Toen ik de grote
rivieren overstak
geilden God en
pierke op mijn tred.
Het beest te
vreten gaf ik bloemen,
tulpen uit de
muur. Het paard, welnu
dat paard ging
liggen bloeien in het stro.
Zelf werd ik
struik van vlees, rafelige klomp.
Calvijn in een
prent van Francis Ford Cop-
polla, U zegt
het.
VERBIED EENS WAT
Je verbood de
vlo in de knuffel van je taal,
die wollige
sjaal rond jouw dikke en koude nek,-
Doe dat eens
niet, verbied eens dat verbod.
Je verbiedt het
goede op een morgen,
het encyclopedisch
weerbericht zich
met jouw vadsigheid
verstaan. Hecht daar eens
niet aan en sta
pas tegen de middag op.
Heb eens lak aan
de vroegmarkt van de filosofie.
Dat hij die niet
in het bezit is van jouw verzen
wordt omgebracht,-
verbied dat eens.
LEES EENS WAT
Blijf eens
plakken aan mijn ziel
en wachten tot je groot bent
vooraleer te gaan. Laat het nu
mijn beurt zijn keer op keer
te worden verrast door jou
met tikjes aan de binnenkant.
Ieder juicht je uitbraak toe
maar jij, je vlijt je feestelijk tegen
mijn aan als in een uitgestorven hol.
Til één bladzijde naar de sterren
en jammer met een snik
mijn woorden als een geit,- dan nog.
Zeg het kwam van nergens
en ga er klingelend naartoe,
drijf als rook traag met je drijven mee.
en wachten tot je groot bent
vooraleer te gaan. Laat het nu
mijn beurt zijn keer op keer
te worden verrast door jou
met tikjes aan de binnenkant.
Ieder juicht je uitbraak toe
maar jij, je vlijt je feestelijk tegen
mijn aan als in een uitgestorven hol.
Til één bladzijde naar de sterren
en jammer met een snik
mijn woorden als een geit,- dan nog.
Zeg het kwam van nergens
en ga er klingelend naartoe,
drijf als rook traag met je drijven mee.
Ga liggen in een
wei,
kauw op gras als vlees.
Lees dit bij een kopje thee,
meet jezelf als aardbeving af
met lotus,
jasmijn, kaneel.kauw op gras als vlees.
Lees dit bij een kopje thee,
meet jezelf als aardbeving af
Steel bladmuziek voor mij,
berg het in een mooier niets.
Leer uit je hoofd die ene vraag
die je nog voor het vragen vroeg,
en heb aan een antwoord genoeg.
SCHEP EENS WAT
Probeer een
valk,
een slechtvalk,terwijl hij bidt.
Nee, geen slechtvalk,
slechtvalken bidden niet,-
en dat is zo typisch Goudeseune.
Probeer een internationale prijs
voor poëzie, schep die nooit alleen,
maar deel hem zeer voornaam
aan iedereen uit, aan alle acht miljard.
Nee, probeer toch maar een valk,
een slechtvalk die hangt,
of het nou bidden is of niet.
Laat manke ratten in zijn toren los,
hang aan zijn klok vol vogelpoep een slot.
Schep eens wat, los hem af met zwier
en zweef ver weg, ver weg van hier.
NOEM EENS WAT
Je weet niet
waar je woont,
je huurt als
rook benauwde longen.Het staat je vrij te ademen,
er gebeurt geen klap in deze buurt.
Je kunt hier makkelijk Heidegger lezen
met een stethoscoop.
En zelden kijk je, werkelijk buiten
zit binnenin, zit tussen muren die je
als behangsel deelt met flets motief.
Het is als kijken naar een lege vaas
die met leeg zijn niets kan.
Als er iets te klagen valt,
dan is het wel de prijs.
Hier dacht je uren na
en blies het uit als rook.
Naar het hooggebergte dreef het niet
en ook niet richting Brugge, het verdween,
liet sporen na als tierend teer
op de snelweg van je longen.
Ga toch buiten, vers, ga het achterna
en kom terug, schuif je voetjes in dit nat,
ga rechtop liggen, wees wang.
ZEG EENS WAT
Zeg eens zes
keer na elkaar:
'Je kunt niet
vinden dat ik zwans',
Probeer het voor
je verder leest
zes keer, zes
keer na elkaar.
Nu ben je al
dichter
bij wat ik
bedoel, die witte
regel hierboven,
hieronder
maakt de som met
witte cijfertjes vol kunde
over jou, over
mij, over ons.
Want wie zou zes
keer willen zeggen
of hij zwanst of
niet,- doe jij het?
ROL EENS WAT
Rol de letter o
bijvoorbeeld,
rol die eens
naar hier: o!
En probeer dat
eens met mij.
ZIE EENS WAT
Echt kwetsen
doen meeuwen elkaar nooit.
Ze maken misbaar
in de lucht, roepen, tieren
om een korst van
mij, van mij. En drijven.
Van waar ze
komen weet niemand.
De haven soms,
maar ook daar slechts
groepjes
vluchters die moesten lossen. De zee
is in het
binnenland een mythe, drie dagen van De Panne.
Ze doen heel
naar tegen elkaar, slaan een gat en gaan
de achtervolging
aan, waarom? Zelfs Pessoa wist het
niet. Ik weet
waarom, maar ik zeg het niet.
Echt kwetsen
doen meeuwen elkaar nooit,
behalve na de
dood. Beginnen met de ogen,
als een kind met stiften.
HERINNER EENS WAT
HERINNER EENS WAT
Ik had mijn
ouders op bezoek.
Na wat over en
weer gepraatging mijn vader zitten en zei:
'We moeten u iets zeggen.'
Het was zijn gewoonte niet
mij aan te spreken met u,
hij nam het woord omzeggens* niet.
Mijn moeder in de keuken,
haar achterna,
van haar vernemen
wat mijn vader zeggen zou.
Dat wou ik, herinner ik me,
dat wil ik nog altijd.
*omzeggens:
Vlaams voor nauwelijks
VOLTOOI EENS WAT
Voltooi de regen
in april,
hou van het
wrede alleenhet ophouden over.
Het landschap waar het plaatsgreep
geteisterd door penselen, yes.
Dat dode land voor seringen.
Waai niet zo, ga liggen verf
als merg in 't bar gebeente.
I'm so through with T.S. Eliot.
Iemand schildert
me, luister.
Voltooi dat
luisteren, jebig farewell to Flemish poetry.
DUUR EENS WAT
Brandhout is
mijn denken zonder vrouw.
Nu dacht je vrij
naïef: dit is een puike regel.Je weet qua zwaarte
wat hij zegt: zo net genoeg
net over de top
zo is het meer dan echt.
Ik stond onlangs aan het tankstation.
Voor mij een trucker met bomen.
Wat duurt op drift zijn lang, dacht ik,
en wou gaan liggen op mijn stuur.
Toen hij eindelijk klaar met tanken was,
veegde hij zijn handen aan de snelweg af.
Chopin, lieve
Fréderique, ik heb gedroomd.
Er is geen ander wiens nocturnes
mij zo boeien 's nachts.
Met een loodje aan elk kootje
deed ik noot voor noot
Er is geen ander wiens nocturnes
mij zo boeien 's nachts.
Met een loodje aan elk kootje
deed ik noot voor noot
jouw pelgrimage
na.
Godverdomme maat,
jij olifant met gregoriaans ivoor.
Wat zou Charles Bukowski daar nu van zeggen?
Godverdomme maat,
jij olifant met gregoriaans ivoor.
Wat zou Charles Bukowski daar nu van zeggen?
DICHT EENS WAT
Ik ben geen
jonge handelaar in huiden meer.
We tellen de
renaissance niet en mals als olie, koppig in de lucht, geslacht, de pels gelooid,
geleerd dat alles van mijn vader, heb ik niet.
De pelzen voor
Leonardo verkoop ik sober,
ootmoedig haast,
ik kijk hem zelfs niet aan.Het is een farao geleden dat ik nog iets verkocht,
dat ik van wat vliegen moest het vel mocht spannen.
ZING EENS WAT
Wat deed je 't
laatst? Zingen of huilen? Te Amsterdam
zong je 's
avonds iets engelachtigs met anglicanen mee,en toen je je afvroeg wat je gezongen had, wist je 't niet,
je kon wel huilen en had geen idee waarom je huilen kon.
Och, gij treurwilg
die een populier kon zijn, de hoogste
in een klas van
wenende bomen met de vinger in de luchthet antwoord op de lippen klaar van deze regenachtige dag.
Het is vroeg voor vespers, Ruth Joos* moet nog.
Vergeet ook niet dat geen van hen ooit helemaal als jij
een flamencodanseres wou helpen. Rasgueo, Spaanse
roffel op je luchtgitaar, je lul van castagnetten.
*Ruth Joos:
Vlaamse radiomaakster
BEWIJS EENS WAT
Wat achter dit internationale gevoel zit,
achter dit genoeg. Beschaving,
zeg je, maar bewijs dat eens.
Marcel Proust zeg je,
maar bewijs dat eens.
Geen bewijs nodig, zeg je
maar noem eens van de eerste radio
de opera's in braille op.
Bewijs eens akelig botanisch
die netel in je kop.
Geen eigenschappen zeg je,
maar wij vinden en vragen
genoeg bij elkaar om er een
eigenschap van te maken.
Iemand noemde je ooit klei
en kraakte je debuut
waaruit je als biet getrokken wordt
en las verder, steeds verder,
al je onzin bij elkaar die dag,-
maar je regionale komaf bewijzen,
je vuile was aan theologen schenken?
Bewijs eens dat je niet kunt leunen
op een geheugen aan fouten in je stijl.
Bewijs eens dat een kind
tegen de wind in loopt aan je hand
Wat achter dit internationale gevoel zit,
achter dit genoeg. Beschaving,
zeg je, maar bewijs dat eens.
Marcel Proust zeg je,
maar bewijs dat eens.
Geen bewijs nodig, zeg je
maar noem eens van de eerste radio
de opera's in braille op.
Bewijs eens akelig botanisch
die netel in je kop.
Geen eigenschappen zeg je,
maar wij vinden en vragen
genoeg bij elkaar om er een
eigenschap van te maken.
Iemand noemde je ooit klei
en kraakte je debuut
waaruit je als biet getrokken wordt
en las verder, steeds verder,
al je onzin bij elkaar die dag,-
maar je regionale komaf bewijzen,
je vuile was aan theologen schenken?
Bewijs eens dat je niet kunt leunen
op een geheugen aan fouten in je stijl.
Bewijs eens dat een kind
tegen de wind in loopt aan je hand
en daarom niet
huilt.
Bewijs eens dat je je hier nog uit kunt lullen.
Bewijs eens dat je je hier nog uit kunt lullen.
VERANDER EENS
WAT
Verander eens
Ruth Joos in brede opklaringen,
en laat naar je
bedoeling raden, generaties lang.Ga eens naar de kapper met je nieuwe boek,
fatsoeneer je, knip die grijs geworden krullen
bij en van het krullen moe. Je bent nu oud en wijs
genoeg om eindelijk stil te staan bij toen je zeventien was.
En zie haar weer lopen, laat die tentslet in je schrijven toe.
Over dertig jaar, zei je, wil ik ergens staan.
Ja, als een tent zo stond je, en sliep met pukkels
je pop van sentiment tot na het onweer uit,
knikkerde met vrucht die kerktoon uit je jazz.
Herman, beffen
deed ik ooit met overtuiging
in Brussel!Ik plafonneerde in de herfst van mijn
carrière aan de Louizalaan,
na champagne, oesters, een literaire prijs.
Aan de hotelbalie werd ik lichter
en steeg vol lachgas aan haar zijde op.
Nomdedieu vous êtes un vrai canon
dat zei ze tegen jou misschien,
maar tegen mij citeerde ze uit een haiku
van Pierre Plum. Gaat zo:
'koeien in de wei
ze grazen gras en klaver
slurpen nooit een ei'
Herman, wat sprak ze het woord
slurpen meesterlijk uit!
Ik zeg je, beffen deed ik ooit met overtuiging
in Brussel
mans was ik!
SPAAR EENS WAT
Spaar je dorst voor na dit vers,
je wortels voeden ook mijn wangen.
Je blos die ik op facebook las,
versiert wel anderen, maar allemans
Limburg in mijn eentje zit ik hier
en vraag je wat je na het dichten doet.
Ga je dan blinken als een appel
in je schaal of bloos je ook mijn Peer,
mijn Geel, mijn Mol, mijn Paal en Balen?
Lommelt het fruitigs wat ik doe je interesse?
Jij steeltje, als je aan al mijn vingers kleeft?
Als ik je bijt en als ik spuw, jij pietje rut,
ga weg, krijg ik dan geen duimpjes meer?
VERTAAL EENS WAT
The Catholic
Bells
(William Carlos
Williams)
Tho' I'm no
Catholic
I listen hard
when the bellsin the yellow-brick tower
of their new church
ring down the leaves
ring in the frost upon them
and the death of the flowers
ring out the grackle
toward the south, the sky
darkening bij them, ring in
the new baby of Mr and Mrs
Krantz wich cannot
for the fat op its cheeks
open well its eyes
Katholieke klokken
Juist, ook ik
ben nauwelijks katholiek.
Het valt mij
zwaar gebeier te horenuit de toren van gele baksteen,
uit hun nieuwe kerk
als ze de blaadjes helpen dwarrelen,
het laagje ijs verwelkomen,
de spreeuwen zwermen, de rinkel
in dode bloemen klaagt.
als ook de lucht hoog
naar het zuiden toe
en de nieuwe baby van
de Krantz dingdongt
en door het vet op zijn wangen
z'n oogjes nog niet goed openen kan.
Vliegvissen kun
je leren, oud Portugees.
Je kunt tegen de
sommelier van dienst lerenzeggen dat je het bruiswater lekker vond.
Je kunt ook beleefd zijn leren en leren
zwijgen als je niets te vertellen hebt,
rumoer in je kop de mond kloek snoeren,
al die kleine dingen, dat kun je leren.
Bovendien zul je het moeten, ik heb
het nu wel gehad met jou. Wat dacht je
toen je aanving, dat je blijven kon?
Tien vrolijke gedichten
'Mens ben ik niet, ik was
het,' was zijn antwoord.
Dante Alighieri, De hel
WIT
Wit zoals een nieuwe kleurboek vol Eskimo’s
en een kind dat vaststelt dat je een Eskimo
niet kunt kleuren en je het boek teruggeeft.
Zo wit zijn de bloemen die je bij gelegenheid krijgt.
Je kunt ook stellen
dat je nooit bloemen krijgt.
Dat in dat niet krijgen
alle bloemen begrepen zijn
of althans de lucht eromheen,
maar waarom zou je dat doen?
Wit zoals een nieuwe kleurboek vol Eskimo’s
en een kind dat vaststelt dat je een Eskimo
niet kunt kleuren en je het boek teruggeeft.
Zo wit zijn de bloemen die je bij gelegenheid krijgt.
Je kunt ook stellen
dat je nooit bloemen krijgt.
Dat in dat niet krijgen
alle bloemen begrepen zijn
of althans de lucht eromheen,
maar waarom zou je dat doen?
CONCEPTUELE
KUNST
Ik sta hier al jaren heimelijk te roken,
maar vraag je mij naar de stijl,
naar de stijl van het balkon,-
veel kans dat ik het niet weet.
De borstwering voor een stuk uit riet,
daarachter muur en stroken tarmac,
twee wasdraden bij mijn kop
met drie vier zeven knijpers.
Lucht vol daken en daarboven eindelijk.
Heel af en toe zie ik in de vroege avond
een luchtballon passeren en hoor ik
het brullen van het hoge vuur
Ik sta hier al jaren heimelijk te roken,
maar vraag je mij naar de stijl,
naar de stijl van het balkon,-
veel kans dat ik het niet weet.
De borstwering voor een stuk uit riet,
daarachter muur en stroken tarmac,
twee wasdraden bij mijn kop
met drie vier zeven knijpers.
Lucht vol daken en daarboven eindelijk.
Heel af en toe zie ik in de vroege avond
een luchtballon passeren en hoor ik
het brullen van het hoge vuur
om weer op koers
te komen
dat niet harder klinkt dan knisperen.
En de stilte van de mensen daar.
dat niet harder klinkt dan knisperen.
En de stilte van de mensen daar.
FEEST VAN DE
ARBEID
Toch weer ontroerd door oude dames
in een stoet vol rode vlaggen.
Ik wou een ode aan hun jeugd,
toen ze al socialist waren
maar nog niet oud.
Toen hun opgestoken vuist
de slappe lach kreeg
bij momenten
en ging wuiven.
Toen dat broze blonde kapsel
blonder was en minder broos,
toen je onder het vrijen
er nog zachtjes kon aan trekken.
Toch weer ontroerd door oude dames
in een stoet vol rode vlaggen.
Ik wou een ode aan hun jeugd,
toen ze al socialist waren
maar nog niet oud.
Toen hun opgestoken vuist
de slappe lach kreeg
bij momenten
en ging wuiven.
Toen dat broze blonde kapsel
blonder was en minder broos,
toen je onder het vrijen
er nog zachtjes kon aan trekken.
VLIEGTUIGEN
Vanmorgen -ik lag nog in bed-
dacht ik aan die keer dat ik
erg dronken in een openlucht-
zwembad op een matras
lag te dobberen.
Het was vroeg in de jaren negentig,
de avond naderde als een
kelner met drankjes.
Ik keek naar de vrachtvliegtuigen
die van de nabijgelegen luchthaven
een lage bocht beschreven
tussen steeds talrijker wordende sterren,
en naar de vliegtuigen met passagiers
waar ik naar lag te wuiven als een idioot.
CRISIS I
Het land was oud
en arm.
Het land was oud
en arm.
Ook op de
snelweg
reden auto's niet harder
dan 60 km per uur.
Jongens zaten
als vanouds
meisjes achterna,
maar bleven
soms ook zitten
als een meisje
voorbij slofte
op hoge hakken,
onzeker, onvast,
zoals vieux roze
op jonge lippen.
Verkeerspolitie
deelde I love you-
buttons uit.
reden auto's niet harder
dan 60 km per uur.
Jongens zaten
als vanouds
meisjes achterna,
maar bleven
soms ook zitten
als een meisje
voorbij slofte
op hoge hakken,
onzeker, onvast,
zoals vieux roze
op jonge lippen.
Verkeerspolitie
deelde I love you-
buttons uit.
CRISIS II
Aan de hemelpoort
hing voor mij alleen
een briefje
dat was ondertekend
door alle drie
Vader
Zoon
Heilige Geest:
'We moeten er
geen tekeningetje
bij maken, zeker?'
Het voorval deed
me
denken aan iets
van vroeger:
Bij een mooi stukje natuur
zag ik ooit een bordje staan:
'Pas op!' zei het.
En daaronder
in niet eens
zo kleine letters:
'complimenten
delen in de klappen'
Wilde bordjes
op mijn wandeling
die er niet
werkelijk staan.
RUDI
VRANCKX SCHRIJFT EEN LIEFDESGEDICHT
Je kunt wel zeggen, bijvoorbeeld,
dat
poëzie het explosief is
waarop
je springstof smeert,
maar
hoe zeg je dat?
Al
die foto's die van me werden genomen
zijn
inwisselbaar,- geef ik ruiterlijk toe.
Ja,
natuurlijk treft mij dat.
Ik
ben oorlogsverslaggever.
Samen
met mijn moeder
vroeg
ik me af:
wat
te doen moet fotografen?
Sinds
mijn jeugd
slaagt
niemand er in.
Geen
houding voegt iets toe
aan
waar ik sta en wat ik doe.
In
iedere oorlog zeg ik alleen
maar
dit was Rudi Vranckx.
Bij
u, mevrouw, is dat helemaal anders.
Ik
zie u nu al in de tropen zitten
onder
een parasol uit het interbellum.
LIONEL
TRILLING SCHRIJFT EEN LIEFDESGEDICHT
Kritiek
herlas ik nooit, nooit.
Hoe
zou dat, dacht ik, moeten?
Rein,
vernuftig alleszins, maar verder?
Hoe
dan zou ik kunnen
lezen
hoe het moest en zou
als
ik er niet zelf de kiem van was
en
me tropisch vergiste
in
jou en tasten moest als wat?
En
bleef het maar bij tasten, vergeef me
deze
arrogantie, je kunt jezelf niet kietelen,-
Ik
wist wel dat het onmogelijk was.
K.G. SCHRIJFT
EEN LIEFDESGEDICHT
Laat voedsel je medicijn zijn,- akkoord,
maar wat was het voedsel van Houdini?
Heb je er al eens bij stilgestaan wat
Sibelius at? Claus hield van oesters,
en ik, denk je dat ik daar niet van houd?
Er was een tijd dat ik n'importe quoi,
maar toen ik je vroeg waarom Indianen
nooit eens witloof in hespenrolletjes,
of desnoods een Gentse waterzooi,-
toen, ach pas toen draaide je mij een tong.
Liefde lacht met wetenschap. Wat denk je
vroeg je, en moest vreselijk, vreselijk.
Laat voedsel je medicijn zijn,- akkoord,
maar wat was het voedsel van Houdini?
Heb je er al eens bij stilgestaan wat
Sibelius at? Claus hield van oesters,
en ik, denk je dat ik daar niet van houd?
Er was een tijd dat ik n'importe quoi,
maar toen ik je vroeg waarom Indianen
nooit eens witloof in hespenrolletjes,
of desnoods een Gentse waterzooi,-
toen, ach pas toen draaide je mij een tong.
Liefde lacht met wetenschap. Wat denk je
vroeg je, en moest vreselijk, vreselijk.
MARK ZUCKERBERG
SCHRIJFT EEN LIEFDESGEDICHT
Er zijn niet zo gek veel volkeren
die met minder zijn dan zes miljoen.
Dat zei een kennis van mijn grootmoeder,
een Joodse.
Op de één of andere manier is dat getal,
dat astronomische getal blijven hangen
en ben ik ermee aan de slag gegaan.
Ook bij het schrijven van dit eerste gedicht.
Als ik 47 ben wil ik er dertien hebben geschreven
en in het midden van mijn leven zijn.
Misschien ben je er dan al niet meer,
maar het zou mooi zijn als ook dat laatste gedicht
over mijn liefde zou gaan voor jou.
Als ook volkeren die met minder zijn
het zouden lezen. Indianen, bijvoorbeeld,
wiens eetgewoonten jij kent.
Er zijn niet zo gek veel volkeren
die met minder zijn dan zes miljoen.
Dat zei een kennis van mijn grootmoeder,
een Joodse.
Op de één of andere manier is dat getal,
dat astronomische getal blijven hangen
en ben ik ermee aan de slag gegaan.
Ook bij het schrijven van dit eerste gedicht.
Als ik 47 ben wil ik er dertien hebben geschreven
en in het midden van mijn leven zijn.
Misschien ben je er dan al niet meer,
maar het zou mooi zijn als ook dat laatste gedicht
over mijn liefde zou gaan voor jou.
Als ook volkeren die met minder zijn
het zouden lezen. Indianen, bijvoorbeeld,
wiens eetgewoonten jij kent.